Hé jij daar! wie ik? ja jij! Wat dan? Wie ben jij? Jelle! Oh dan zoek ik iemand anders! Net op het moment dat je je gezocht voelt, dat je je belangrijk voelt, valt alles om je heen weg. Eindelijk de kans om iemand te zijn. Eindelijk de kans om na een: hé jij daar, nochalant om te draaien en een wenkbrauw op te trekken, sorry ken ik jou? niet dus. Waar zijn de momenten dat je je kan manifesteren als een man van de wereld, een man die het gezien heeft, ja ik heb het gezien, een man die alles gedaan heeft wat god verboden heeft, maar heeft gezondigd met zoveel flair dat zelfs de almachtige denkt..zie ik door de vingers.
Zittend aan een bureau, roerend in mijn koffie hou ik mijn hart vast dat ik niet te hard roer en de mok doe overstromen. dat is precies wat ik bedoel, wat zijn wij voor mietjes geworden? Ik gooi de mok met een klap stuk tegen mijn muur, sterf onnozelheid, sterf metroman..een definitieve vlek is het gevolg, met welk schoonmaakmiddel zou ik die er het beste uit krijgen..even mijn moeder bellen..oohh ga ik weer. Om alles bij ons mannen neer te leggen zou een foutieve interpretatie van de feiten zijn, onze lieve vrouwen zijn ook schuldig, even schuldig zelfs, misschien zelfs wel..oke even schuldig dan. Door deze wereldverbeteraars lopen wij nu in te strakke d&g boxershorts, onze mannelijkheid zoveel mogelijk weggetrimt lachend om sex in the city achtige opmerkingen, want de film hebben wij ook gezien, slurpend aan een cosmoplitan..wat is de volgende stap? Bevallen? Hoe ver moeten wij zakken? Hoe verwijfd willen jullie ons zien paraderen over het strand roepend: wie wil mijn rug insmeren, wie wil mijn rug insmeren? In gedachte knoop ik mijn bandjes al los. In de kroeg is ook alles veranderd sinds de komst van het rosé bier. Mijn vrienden die bij de verschijning van dit gekleurde, vrouwelijk gevormde flesje het hardst lachten, zuigen ongegeneerd aan een rietje, wat? nee niks..sukkels. Ik pak een sigaret uit mijn stalen doosje en tik hem tussen twee vingers tegen het metaal. Schuif hem tussen mijn lippen en laat hem losjes bungelen terwijl ik een lucifer aanstrijk. Langzaam vat de tabak vlam, theatraal wuif ik het vuur weg van het houtje, jou heb ik niet meer nodig kleine brandstichter, jouw werk zit erop. Een wenkbrauw gaat langzaam omhoog, laconiek bijna, ik lach meewarig naar een groepje vrouwen, die het schijnbaar niet meer gewend zijn. Een man van de wereld, hier? in dit café? ja, een man van de wereld hier in dit café. Wil je dat eve heel snel buiten gaan doen idoot? Bibberend op straat neem ik een trekje en door het glas kijkend hoop ik op verlangende vrouwenblikken naar vervlogen tijden. Een jongen met diepe V-hals is aangeschoven, in zijn hand een flesje met een rietje..ik kijk weg en voel me in de kou net een bevroren mammoet, wachtend om ontdekt te worden. He jij daar? Mijn wenkbrauw probeert nog iets maar de kou voorkomt een nieuwe teleurstelling..
zaterdag 17 januari 2009
Abonneren op:
Posts (Atom)