vrijdag 10 december 2010

Geest(ig)dodend

Schraperige lachen vullen de bedrukte ruimte. Buiten is de winter in al zijn heerlijkheid begonnen. De kou snijd onbarmhartig door de jassen van de wachtenden bij de bushalte, de kleur grijs van de lucht doet denken aan die van Duitse legervoertuigen, geen fijne associatie gezien de loop van de geschiedenis. Bedrukte gezichten kijken angstig naar de klok aan de muur, is het uur des onheils al aangebroken, kan de ingestampte kennis met bevende vingers ingetoetst worden op de klammige kastjes? Nee, er zal nog even in spanning gewacht moeten worden op het verstrijken van tijd. Om de zoveel tijd klinkt er een hysterisch gilletje, de prullenbakken die buiten aan de muur hangen laten echter de andere kant zien, deuken van frustratie vermoedelijke ingetrapt door Nike Airmax dragende toekomstige scooterjeugd. Het Cbr is een plek die van negen tot vijf gevuld is met adrenaline, desillusie, frustratie en onbedaarlijke woede, het barpersoneel steekt hier bijna ongeloofwaardig nonchalant tegen af. Een bruine kroeg in het hartje van de Jordaan zou op de automatische piloot gerund kunnen worden door deze types, types die sinds zijn dood, de geest van Andre beweren te voelen. Weer een keiharde, alles overstemmende lach, de klaarblijkelijk aanwezig blijdschap wordt geuit op een manier die doet denken aan een gorgelende laatste adem die uitgeblazen wordt, het rood aangelopen gezicht van de ietwat gezette, snor dragende man, doet aan dit vermoede weinig af. Zijn einde lijkt gekomen te zijn. Slurpend zet hij zijn lippen aan een kopje koffie, wie in een dergelijke geestdodende omgeving zo in zijn element kan zijn moet de helft van zijn leven in de gevangenis hebben doorgebracht, de isoleercel moet hem een ander mens gemaakt hebben.
Een meisje van rond de zestien toetst met ongekende snelheid een vermoedelijk onzinnige boodschap in via de ping op haar Blackberry. Haar ogen schieten over het kleine lichtgevende beeldschermpje, hoewel zij vermoedelijk een van de wachtende is, lijkt de spanning er niet minder om. Zenuwachtig gehinnik stijgt op na een vermoedelijk onzinnig antwoord, de strekking van haar conversatie laat zich raden: dat ze al fucking lang bij het Cbs zit, oh nee, bij het Csb, hoe het ook heet, het duurt in ieder geval fucking lang. Dan hoort ze het geluid van naderende hakjes, een blond meisje met rode blosjes op haar wangen komt uitgewrongen het lokaaltje uitlopen, ze houdt lachend een klein papiertje vast, het bewijs van haar overwinning.
Terwijl ze, gehuld in hun bontkragen weg schuifelen, klinkt de inmiddels bekende schaterlach door de ongezelligheid, ze kijken elkaar met opgetrokken wenkbrauwen aan, wat is zijn fucking probleem?