Wat zou het lekker zijn om niet afhankelijk te zijn van je dagelijkse zoektocht naar bevesteging en liefde. Ik zet mijn vespa neer op een gevaarlijk wiebelende standaard, het volgende probleem waar ik binnenkort toch echt iets mee moet, en loop de broodjes/koffiewinkel in met de zwarte zonneschermen.
Voor een ogenblik waan ik me in de wachtkamer van een plastischechirurgiepraktijk maar dan zie ik de drie frisse meiden die hongerige zakenmannen het zuur verdiende geld uit de zak kloppen. Wanneer ik het groepje Amsterdam Zuid vrouwen passeer zie ik hun hoofden draaien en vrees ik voor scheuren in het plafeisel dat met zoveel zorg is aangebracht. Pas toch op dames. Ik laat een blik vallen op de menukaart die onhandig hoog hangt en bestel na enige getuur een stokkie ros. De baquete die ik enige minuten later aanneem is verre van het stokkie ros dat ik in gedachte had, bedekt met maanzaad, verse sla, ros en ja, waarom kijk ik hier nog gek van op, wasabi. Wasabi is op zijn frans kussen met een cactus. Maar goed ik ben dan ook een oer hollandse jonge die suzi naar rauwe vis en zeewier vindt smaken, wat een juiste constatering is overigens. Ik neem een hapje van mijn baquete en neem de gesprekken in me op die jonge en gedreven gepakte mannen met elkaar voeren. Het opvallendst is dat geen van deze pakken het ook maar een moment niet over werk heeft. Deze pakken zijn gemaakt voor werk en worden dan ook als dusdanig gedragen. Waarschijnlijk kijken zij neer op die leren jas die naast hen zo van slag is door de wasabi en de grootte van zijn stokkie, en rekenen zij andere pakken af op de waarde van hun leasebak en de hoeveelheid ingewerkte stagaires. De leren jas kraakt onverschillig en doet zich tegoed aan de lente zon. Een grote zwarte wagen glijd langs het trotoir en heeft zichtbaar moeite met de robuuste drempels. De chauffeur kijkt geirriteerd en vraagt zich hardop af welke idiooot zulke drempels aangelegd heeft. De drempels vragen zich op hun beurt af welke idioot het nodig vind om met zo n grote wagen zijn kilometers te maken en genieten van de tegenstand die zij kunnen bieden. De tank wint en verdwijnt bakfietsverplettererend in de verte.
De lente pakt me als een goede vriend bij de schouders en zet me op mijn ros, na enige stijgeren begint de draf. Ik galopeer door de smalle straten en kan een glimlach niet onderdrukken, de zon schijnt op mijn bakkes en bevestigd mijn vermoede, voor hen die het zien wordt het een mooie dag.