dinsdag 10 november 2009

hakken

Hoge hakken tikken over de ongelijke straat in het nog rustige amsterdam zuid. Een enkeling kijkt op van een schuimige cappuchino en knikt goedkeurend. De hakjes tikken haastig door, ze zijn gewend aan dergelijke blikken. Dan slaan ze af langs de traiteur, waar het aanzienelijk drukker is en vele ogen volgen die subtiel gevormde muiltjes, sommige met vermaak andere met jaloezie.
Ze zien de vrouwen fluisteren in het oor van hun partners, zo kan ik er ook uit zien, als ik zou willen dan. Ze zien de man instemmend knikken, dat mocht je willen, zulke hakjes? nee zulke hakjes behoren gedragen te worden door de voeten van een verlijdster, een vrouw met passie en hartstocht. Deze mannen weten wel beter en bekijken dit schouwspel met het grootste genoegen.
Dan zijn ze weg, geen vrolijk uitdagend geklik op de tegels, geen glinstering in het zwarte lak van de stappertjes.
De draagster zit enkele stoelen verderop, de hakken in de hand, kousenvoeten op de rand van de stoel, het gezicht in een pijnlijke grimas. Zie je wel zeggen de vrouwen, dat krijg je er nou van, dat zal haar de volgende keer wel leren zo over straat te gaan. De mannen knikken instemmend, wat was de laatste keer dat zij hun vrouwen zagen lijden in schoonheid? Met treurnis werpen zij een laatste blik op haar die gestreden heeft voor de goede zaak, zo verdomd jammer dit..

donderdag 23 juli 2009

Lekker Hollandsch

Het gevoel van een warm bad wordt langzaam lauw. Ik verberg mijn gezicht in mijn handen en voel hoe het water richting koud gaat, een vervelende gewaarwording. Het toestel wordt tot de nok toe volgeladen met verbrande benen, gesokte voeten in zandalen en monden die schreeuwen tot een kunst verheffen. Even dacht ik mij thuis te voelen en opgelucht had ik adem gehaald, we zijn op weg naar huis, hoe anders kan het zijn. Ik voel nog meer compassie voor een geamputeerde bedelaar die zich kruipend door het stof aan je been vastklampt. Zelfs wanneer ik deze komediant, na het behalen van zijn dagtarget, zie rennen om de bus te halen. Alles wordt afgekraakt, de bagage wordt te langzaam ingeladen en vliegtuigverlaters met astma geven stof voor de twee uur durende vlucht aan mensen wiens IQ niet hoger ligt dan de temperatuur in de cabine. Ik zucht om de zoveel tijd en merk dat ik er over na zit te denken om het vliegtuig op twee kilometer hoogte te kapen, me te pletter te laten vliegen tegen een pyrineentop en mijn plicht jegens de mensheid te vervullen. Dit zijn de mensen die komen kijken wanneer je huis afbrand. Dit zijn de mensen die bij hevige vorst een emmer water over het fietspat gooien en zich verkneukelen. Dit zijn de mensen die BBQ en het liefst onder je raam doen en zich afvragen of zij 'ook een keertje mogen'..Ja jullie mogen wel een keertje maar niet elke dag, godallemachtig. Ik mis de misselijkmakende geur van de hammen in de bedompte steegjes. De krijsende moeders met hun zoete kinderen aan de hand. Het verkeer dat altijd en overal in beweging lijkt te zijn, als bloed in de aderen van Barcelona.
Ik tuur uit het raampje, draai mijn MP3'tje naar vol volume en hoop dat de gehoorschade blijvend zal zijn. Welkom in Nederland zegt de stem uit de speaker, ik kijk mijn vriendin gesloopt aan, wanneer heb jij weer vakantie? Ze schud meewarig haar hoofd. Wen er maar weer aan lijkt ze te zeggen. De druppels vormen plasjes op het vlees van de vleugels. De grote vogel komt tot stilstand bij de gate en kotst haar bedorven inhoud naar buiten, tassen en koffers verschijnen op de loopband. Terug van vakantie en gefuckt tot en met, hoe is het in hemelsnaam mogelijk. Enkele passagiers lijken zich dit ook af te vragen en kijken de herrieschoppers vuil aan. Deze hebben niks door en kankeren op het weer, hebben zij dat weer? Ik rol de zware koffer naar de uitgang en weet een kleine glimlach niet te ondrukken, ik ben lekker eerder..lekker puh.

vrijdag 5 juni 2009

Het is weer zover..

Een vrouw kijkt me niet begrijpend aan. Haar ogen blikken log de mijne in en ik constateer dat intelligentie ver te zoeken is. Dan valt haar mond langzaam open en een rij scheve tanden komt bloot te liggen als een pier in de vloedlijn. Ze stottert iets onverstaanbaars en wacht op een antwoord. Op mijn beurt kijken mijn ogen haar nu vragend aan, wat wil je van mij? Jij hebt hem dus niet, begint zij als ze mijn blik ziet. Nee, ik heb hem dus niet nee. Maar ook niet meer boven, ik kan het me gewoonweg niet voorstellen. Ik heb zojuist voor u gekeken mevrouw en ik kan er nergens meer een vinden. Maar gister..Ja gister had ik er nog stapels van, kon ik er zowat het bos niet meer doorheen zien. Welk bos? Dat is een spreekwoord om aan te geven hoeveel..misschien kan je het nog voor me bestellen, vroeg ze moedeloos. Ik had het graag gedaan mevrouw, maar ook daar zijn ze op. Weet je dat ik dat nou altijd heb, nooit is er meer iets als ik er naar zoek? Iedereen heeft het mevrouwtje, het is uitverkoop..   

maandag 4 mei 2009

Antwerpen

Een vrouwtje kijkt verschrikt om en loopt schichtig weg. De lege straat ziet er niet bepaald uitnodigend uit maar toch lopen we door. De meeste winkels zijn al gesloten en de zon valt maar af en toe langs de huizenblokken de straat binnen. Een pittig briesje zorgt ervoor dat een metalen schakelketting naargeestig piept in een poging zich te ontdoen van zijn verroestte uiterlijk, tervergeefs. Ouderdom laat zijn sporen achter. Vooral hier lijkt de ouderdom toegeslagen te hebben op een manier waar de gemiddelde vrouw niet blij mee zou zijn. In plaats van een statige dame op leeftijd met jeugdige ogen en een volle uitnodigende glimlach lijkt Antwerpen meer op een ouwe vrijster met een burnout. Chique winkelpanden van grote modemerken worden ingesloten door grijs en grouw, waardoor het altijd lijkt te regenen. Vluchtige passanten kijken niet op of om om maar zo snel mogelijk weer te kunnen verdwijnen. Het gele grote gevaarte zet zich met enige vertraging in beweging en koerst af op het Amsterdam Centraal. Een paar stoelen verderop zit een man onafgebroken twee uur lang te bellen, zijn schaterende lach vult om de paar minuten de cabine. Heerlijk.. 

donderdag 9 april 2009

Sie de son schijnt!

Zittend op mijn stalen babyblauwe ros flaneer ik door de straten van Amsterdam Zuid. De zon komt af en toe over de rand van de daken zijn warmte brengen maar ach wat zou het, warmte heeft deze eenzame pionier niet nodig. Liefde evenmin.
Wat zou het lekker zijn om niet afhankelijk te zijn van je dagelijkse zoektocht naar bevesteging en liefde. Ik zet mijn vespa neer op een gevaarlijk wiebelende standaard, het volgende probleem waar ik binnenkort toch echt iets mee moet, en loop de broodjes/koffiewinkel in met de zwarte zonneschermen.
Voor een ogenblik waan ik me in de wachtkamer van een plastischechirurgiepraktijk maar dan zie ik de drie frisse meiden die hongerige zakenmannen het zuur verdiende geld uit de zak kloppen. Wanneer ik het groepje Amsterdam Zuid vrouwen passeer zie ik hun hoofden draaien en vrees ik voor scheuren in het plafeisel dat met zoveel zorg is aangebracht. Pas toch op dames. Ik laat een blik vallen op de menukaart die onhandig hoog hangt en bestel na enige getuur een stokkie ros. De baquete die ik enige minuten later aanneem is verre van het stokkie ros dat ik in gedachte had, bedekt met maanzaad, verse sla, ros en ja, waarom kijk ik hier nog gek van op, wasabi. Wasabi is op zijn frans kussen met een cactus. Maar goed ik ben dan ook een oer hollandse jonge die suzi naar rauwe vis en zeewier vindt smaken, wat een juiste constatering is overigens. Ik neem een hapje van mijn baquete en neem de gesprekken in me op die jonge en gedreven gepakte mannen met elkaar voeren. Het opvallendst is dat geen van deze pakken het ook maar een moment niet over werk heeft. Deze pakken zijn gemaakt voor werk en worden dan ook als dusdanig gedragen. Waarschijnlijk kijken zij neer op die leren jas die naast hen zo van slag is door de wasabi en de grootte van zijn stokkie, en rekenen zij andere pakken af op de waarde van hun leasebak en de hoeveelheid ingewerkte stagaires. De leren jas kraakt onverschillig en doet zich tegoed aan de lente zon. Een grote zwarte wagen glijd langs het trotoir en heeft zichtbaar moeite met de robuuste drempels. De chauffeur kijkt geirriteerd en vraagt zich hardop af welke idiooot zulke drempels aangelegd heeft. De drempels vragen zich op hun beurt af welke idioot het nodig vind om met zo n grote wagen zijn kilometers te maken en genieten van de tegenstand die zij kunnen bieden. De tank wint en verdwijnt bakfietsverplettererend in de verte.
De lente pakt me als een goede vriend bij de schouders en zet me op mijn ros, na enige stijgeren begint de draf. Ik galopeer door de smalle straten en kan een glimlach niet onderdrukken, de zon schijnt op mijn bakkes en bevestigd mijn vermoede, voor hen die het zien wordt het een mooie dag.

dinsdag 3 maart 2009

Zomer in mijn bol

Mijn blik hangt op de grijze massa in de lucht. Geen stukje blauwe illusie, geen straaltje van hoop doorbreekt het front. Dit is waar we het mee moeten doen, zegt een sip kijkende weerman op de TV. De vooruitzichten zijn recessieachtig somber te noemen, het ergste moet nog komen zo lijkt het. De recessie die even ongrijpbaar als het weer is voor de normale mens zal na verloop van tijd wel weer afnemen zo is de verwachting. Het weer in Nederland zal altijd van kut naar matig en weer terug veranderen. Maar hoop doet leven, ook nu weer. Ik zie mezelf alweer lopen in mijn army achtige iets te grote iets te lange, maar o zo nonchalante korte broek door het Vondelpark. Zonnebril op mijn bakkes en een 12 pack koude groene rakkers in mijn gebruinde knuist, een man net ontwaakt uit zijn winterslaap. Alles is zoveel lekkerder met een zonnetje aan een strak blauwe hemel, ik lach naar vatzige vrouwen met ongeschoren benen, wat maakt het ook uit, ik speel met een klasje ADHD probleem gevallen want ja, die dekselse knaapjes toch..haha..en ik spring achterop de vuilniswagen en zing het uit van vreugde. Maar dan, een drupje? Snel vallen ze in hun baan naar beneden, rusteloos kletteren ze op de daken van de autos. Ik spring van de wagen af, struikel over de horde opholgeslagen herriemakers en beland tussen de harige benen van het vlesige wijf..godverdegodver. Ik sla een krant open, recessie op ongekend hoogtepunt, het licht zal wel kunnen blijven branden maar het welvaarts niveau zal niet meer hetzelfde zijn. ik zou zoiets ook over de naderende zomer willen horen, wie durft mij de feiten voor te schotelen. Zomer zal waarschijnlijk tegenvallen, er zal af en toe een zonnetje schijnen maar hou rekenign met lage temperaturen en stortregens. Misschien is het maar beter zo, nu zie ik mezelf met mijn laatste Euro een ijskoud pilsje kopen, hem aan mijn lippen zetten en mijn ogen sluiten op een broeierige avond in het Vondelpark. De boom waar ik tegen aan zit, heeft duidelijk behoefte aan een buitje maar helaas voor hem houd de droogte nog wel even aan. Mijn laatste slokje gooi ik uit solidairiteit tussen zijn wortels waar hij verdampt als een illusie..

zaterdag 17 januari 2009

Mannelijkkwijt

jij daar! wie ik? ja jij! Wat dan? Wie ben jij? Jelle! Oh dan zoek ik iemand anders! Net op het moment dat je je gezocht voelt, dat je je belangrijk voelt, valt alles om je heen weg. Eindelijk de kans om iemand te zijn. Eindelijk de kans om na een: jij daar, nochalant om te draaien en een wenkbrauw op te trekken, sorry ken ik jou? niet dus. Waar zijn de momenten dat je je kan manifesteren als een man van de wereld, een man die het gezien heeft, ja ik heb het gezien, een man die alles gedaan heeft wat god verboden heeft, maar heeft gezondigd met zoveel flair dat zelfs de almachtige denkt..zie ik door de vingers.
Zittend aan een bureau, roerend in mijn koffie hou ik mijn hart vast dat ik niet te hard roer en de mok doe overstromen. dat is precies wat ik bedoel, wat zijn wij voor mietjes geworden? Ik gooi de mok met een klap stuk tegen mijn muur, sterf onnozelheid, sterf metroman..een definitieve vlek is het gevolg, met welk schoonmaakmiddel zou ik die er het beste uit krijgen..even mijn moeder bellen..oohh ga ik weer. Om alles bij ons mannen neer te leggen zou een foutieve interpretatie van de feiten zijn, onze lieve vrouwen zijn ook schuldig, even schuldig zelfs, misschien zelfs wel..oke even schuldig dan. Door deze wereldverbeteraars lopen wij nu in te strakke d&g boxershorts, onze mannelijkheid zoveel mogelijk weggetrimt lachend om sex in the city achtige opmerkingen, want de film hebben wij ook gezien, slurpend aan een cosmoplitan..wat is de volgende stap? Bevallen? Hoe ver moeten wij zakken? Hoe verwijfd willen jullie ons zien paraderen over het strand roepend: wie wil mijn rug insmeren, wie wil mijn rug insmeren? In gedachte knoop ik mijn bandjes al los. In de kroeg is ook alles veranderd sinds de komst van het rosé bier. Mijn vrienden die bij de verschijning van dit gekleurde, vrouwelijk gevormde flesje het hardst lachten, zuigen ongegeneerd aan een rietje, wat? nee niks..sukkels. Ik pak een sigaret uit mijn stalen doosje en tik hem tussen twee vingers tegen het metaal. Schuif hem tussen mijn lippen en laat hem losjes bungelen terwijl ik een lucifer aanstrijk. Langzaam vat de tabak vlam, theatraal wuif ik het vuur weg van het houtje, jou heb ik niet meer nodig kleine brandstichter, jouw werk zit erop. Een wenkbrauw gaat langzaam omhoog, laconiek bijna, ik lach meewarig naar een groepje vrouwen, die het schijnbaar niet meer gewend zijn. Een man van de wereld, hier? in dit café? ja, een man van de wereld hier in dit café. Wil je dat eve heel snel buiten gaan doen idoot? Bibberend op straat neem ik een trekje en door het glas kijkend hoop ik op verlangende vrouwenblikken naar vervlogen tijden. Een jongen met diepe V-hals is aangeschoven, in zijn hand een flesje met een rietje..ik kijk weg en voel me in de kou net een bevroren mammoet, wachtend om ontdekt te worden. He jij daar? Mijn wenkbrauw probeert nog iets maar de kou voorkomt een nieuwe teleurstelling..