Liefde is pure willekeur. Ik heb gister zo n leuk meisje
ontmoet, niet meer normaal. Ze heet Pauliene en ik kwam haar om een uurtje of
vier s’nachts tegen in de Dansen bij Jansen. Dansen ging niet meer echt lekker
maar ze is eigenlijk meteen met me mee naar huis gegaan, gewoon echt een diepe
klik enzo, maf he?
Ze, de mensen die claimen er verstand van te hebben, zeggen
weleens dat romantiek nu echt dood is. Romantiek heeft nooit bestaan, het
toedichten van ongelofelijke toevalligheid, nee zelfs dat niet, het onderkennen
van ongelofelijke toevalligheid aan een onbevredigbare roeping het instinct te
volgen is verre van romantisch te noemen. Wij mensen hebben nou eenmaal de
neiging er iets van te willen maken.
Zo’n leuke vakantie gehad, of nou, laat ik het anders
zeggen. Op het moment was het wel even balen, vier weken in de stromende regen
op een uitgestorven camping in midden Beemster, maar achteraf is dat natuurlijk
juist vet lachen. Deze jongen is er in ieder geval weer helemaal klaar voor.
Aan de andere kant zou het leven een wel heel duistere en
uitzichtloze put worden wanneer iedereen zich constant bewust zou zijn van zijn
eigen doen en laten en het nutteloze en voorspelbare ervan. Stel:
Je komt een meisje tegen, mooi donkerblond haar, kleine krulletjes
waar je zoveel van gelooft te houden, klein beetje Amsterdam in haar verder
smetteloze ABN, goed begin.
Jullie spreken af in een klein café voor een hapje van het
een of ander, ze bedankt desalniettemin voor haar portie, je blijkt een van die
zeldzame vrouwen gevonden te hebben die niet eten en dus ook niet poepen. Ze zij
zegt dat ze eigenlijk niet zo van het daten is, maar dat het op de ene of
andere manier nu wel heel goed voelt. Er wordt een nummer gedraaid wat haar
doet denken aan haar overleden grootmoeder, eigenlijk nooit echt gekend, maar
zo werken die dingen nou eenmaal. Jij droogt haar ietwat vochtige ogen en zegt
dat dit vanaf nu dan jullie gezamenlijk nummertje moet worden, ze lacht weer en
vind dat een lief idee. Jij betaalt, nee zij betaalt, heeft een eigen bedrijfje
in goedlopende sexy lingerie en heeft van huis uit geleerd om een zelfstandige
vrouw te zijn, hoewel ze het ook niet verkeerd vindt om af en toe verwend te
worden. Noem haar ietwat burgerlijk, zegt ze zelf, niet doen dus. Het wordt
later, twee flessen wijn zijn soldaat gemaakt en zij biedt aan een taxi te
nemen naar haar koophuis ergens in de Pijp. Oja, ze heeft het gevoel dat het
niet lang zal duren voordat je bij haar intrekt, wat een mooie bijkomstigheid
is omdat je over een week je huis uitgezet wordt. Aangekomen til je haar de
uiterst schuine en krakerige trap op en drapeer je haar op het bed, ze zegt dat
ze je de avond van je leven gaat bezorgen. Boem, pats, jullie zijn klaar en zij
zegt dat dit perfect was, de definitie van hartstocht, jij beaamt dit, maar
verzinkt daarna in gepeins.
Mooie avond, mooie avond, wij zijn godverdomme gewoon dieren
die ons instinct volgen, niks geen romantiek, kwestie van zielloos voortplanten.
Jij zegt dit, zij huilt en vraagt of je weg wilt gaan, toch
maar niet doen dus die zwartgalligheid, leve de romantiek.
Hij kijkt uit over het gigantische lege plein, de treinen komen
slenterend als ongetrainde marathonlopers over de finish en beklagen zich
piepend over hun onbarmhartig lot. Het zou een nieuw hart gaan vormen, er zou
gelachen worden, gesteven pakken zouden elkaar in alle warmte begroeten, er zou
gefilosofeerd worden over alle facetten des levens.
De Zuidas is een mislukt project volgens critici, prestige
lijkt de doodsteek voor alles wat normaal en gezellig had moeten zijn. De
Zuidas is naar alle waarschijnlijkheid bedacht door een single man van rond de
veertig, grijze banken in zijn sporadisch verlichte grachtenpand, modern graffiti canvas aan de muur van een kunstenaar die zo tijdloos is dat niemand
hem zal herinneren. Zijn altijd bijtende cynisme giftiger dan een moestuin in
tsjernobyl,
Met het leggen van de eerste steen in het rustieke
buitenveldert is het lot beklonken van levenslustige dertigers, zweterig vleien
zij zich heden ten dage neder in het leder van hun leaseauto, wat een dag, hou
op, wat een dag.
Het is al een uur donker, vanuit zijn kleine kantoortje
heeft hij de schemering zien opkomen als een doorzichtige deken, de warmte, de
extase van een bruisende binnenstad ligt ergens ver weg in de bewoonde wereld,
in een ander leven. Ver weg van de muggenzifters die zich opsluiten voor alles
dat niet te koop is, voor momenten waarop je als een schizofreen jezelf
toespreekt uitkijkend over de slapende Amstel, grinnikt om dat tikkeltje
rebelse wat je maar niet kwijt lijkt te raken.
Op het achtergrondscherm van zijn laptop ziet hij haar, het
lijkt een eeuwigheid geleden dat zij op die manier naar hem kon kijken, een
ander universum waarin zij samen een toekomst hadden. Een schoonmaker komt
zingend de lift uit op zijn verlaten verdieping, het nummer komt hem vaag
bekent voor en hij kan een grijns niet onderdrukken, als hij nu snel naar huis
gaat is ze misschien nog wakker, misschien is het nog niet te laat voor een
vleugje romantiek.